The global city

Het woord ‘globalisering’ is een woord waar veel antropologen niet om heen kunnen. Het is de benaming voor het proces van wereldwijde interactie tussen mensen, bedrijven, organisaties, regeringen, culturen en ga zo maar door. Het zorgt ervoor dat je als mens continu in contact staan met de ander, op elk moment van de dag kan weten wat er in Nieuw-Zeeland of Chili gebeurt, in bijna elk land een Big Mac kan halen, binnen 24 uur naar de andere kant wereld kan vliegen of alvast je vakantieplaats kan bekijken via Google Earth.  Het vergroot de wereld van de individuele mens en maakt zo de objectieve wereld een heel stuk kleiner. Het maakt de wereld tot één grote global city, waarin elk individu op één of andere manier in contact staat met alle andere individuen, via media, sociale media en infrastructuur.

Wellicht ben je je niet altijd bewust van deze global city en van het feit dat je je elke dag in een wereld bevindt die dieper en verder gaat dan dat je je op dat moment voor kan stellen. Ik ben me hier de laatste tijd echter wel van bewust, wanneer ik in mijn dagelijks leventje rondloop, om me heen kijk en geconfronteerd wordt met de prachtige kanten van globalisering – en met de andere kant van de medaille.

Elke dag ben ik mij er van bewust hoe dankbaar ik moet zijn voor alles wat ik mee mag maken. Het wereldwijde proces van globalisering zorgt ervoor dat ik lieve vrienden en familie in Nederland heb, op dit moment in Australië zit, me voorbereid op een lange reis door China en tussendoor zaken regel voor de kinderen in Ghana. Ik reis naar veel plekken en ontmoet mensen uit allerlei verschillende landen. Ik ervaar hoe andere mensen leven en probeer mij daaraan aan te passen.

Globalisering zorgt er voor dat ik in mijn alledaagse leventje niet-alledaagse dingen meemaak. Op de universiteit en in de college ben ik een klein individu in een grote poel van buitenlandse studenten. De vraag “En waar kom jij vandaan?” is een vaakgehoorde vraag en wordt meestal heel verschillend beantwoord. Ik ga om met mensen uit veel verschillende landen en leer daardoor veel nieuwe dingen over de wereld.

Wellicht moet ik een aantal concrete voorbeelden noemen om te illustreren wat ik bedoel. De PhD-kamer op de zevende verdieping van gebouw W6A – het gebouw waar ik elke dag meer te weten kom over religie in China – deel ik met Paul, Paul, Sara en Guy, vier mensen uit verschillende delen van Australië. Op dezelfde verdieping heb ik contacten gelegd met andere PhD studenten, die al verder zijn in hun onderzoek. Eentje van hen komt uit Sri Lanka, een ander uit Turkije en weer een andere uit China. Af en toe kom ik mijn begeleider Jaap tegen, waarmee ik in het Nederlands over mijn onderzoek en over Nederland praat. Tussen de middag eet ik meestal in de Campus Hub, waar eten uit verschillende delen van de wereld besteld kan worden (zie vorige blog). Twee weken geleden was er een bijeenkomst voor internationale postgraduate studenten, waarbij mensen uit meer dan twintig verschillende landen bij elkaar zaten.
Elke zondag komen alle residents van de college bij elkaar voor het avondeten, ook de mensen die in de appartementen aan de andere kant van de weg wonen. Zij zijn meestal wat ouder en meer internationaal. Tijdens het avondeten op zondag heb ik vaak gesprekken met een echtpaar uit Japan, een meisje uit Guyana, twee jongens uit China, een jongen uit Mexico, een meisje uit Singapore en Zhang Lan, het meisje dat mij eens per week Chinese les geeft. Doordeweeks praat ik tijdens het avondeten soms met een jongen uit Rusland, af en toe met een jongen uit Canada of Nieuw-Zeeland. Andere avonden zit ik bij een groep meiden, waarvan er eentje uit Engeland komt, twee uit de VS en vier uit Australië.
Een paar weken geleden ben ik met een Japans meisje naar Eastwood geweest, een Aziatische wijk hier in de buurt met lekkere, goedkope restaurantjes. Afgelopen woensdag ben ik met twee Chinese en een Frans meisje naar een gratis voorstelling in het Opera House geweest van een Amerikaanse High School Band (ze waren helemaal niet slecht!). Afgelopen zondag met ik met de hierboven genoemde groep meiden en de Canadese jongen naar de vismarkt geweest. ’s Avonds hadden we een floor meeting, waarbij bijna alle twintig bewoners van dit deel van de verdieping aanwezig waren, afkomstig uit Vietnam, China, Nieuw-Zeeland, Mexico en Canada.

Ik vind het heerlijk om me in deze grote poel van nationaliteiten te bevinden. Ik leer over andere landen, over andere gebruiken, over ander eten, andere manieren om voedsel te bereiden en over andere talen. Elke dag leer ik. Ik heb voor het eerst macaroni and cheese gegeten (niet aan te raden), weet nu wat hundreds and thousands zijn en kan in het Chinees tot 31.435.388.294 tellen.

Maar toch zit er ook een keerzijde aan de global city waarin ik me bevind. Een keerzijde die me doet beseffen dat er veel dingen anders zijn dan tijdens mijn eerste verre reis, bijna negen jaar geleden.

Op mijn achttiende reisde ik naar Ghana. De eerste maanden van mijn verblijf in dit land zat ik in Bolgatanga, een redelijk grote stad in het noorden. Er was een internetcafé in de stad, waar Marieke (de andere vrijwilligster) en ik elke twee weken een paar uur zaten om via een ontzettend trage internetverbinding een mail te schrijven en andere mails te lezen. Daarna woonde ik drie maanden in Nkoranza, een – toen nog – dorp met slechte communicatiemiddelen. Post moest opgehaald worden in Sunyani, een stad op ruim drie uur reizen van Nkoranza. Mails konden alleen gelezen worden in Techiman, een dorp op ongeveer een uur afstand. Als mijn ouders mij wilden bellen, zat ik vaak lange tijd te wachten in het plaatselijke communication centre tot de verbinding eindelijk gelegd werd – en dan was het nog maar afwachten hoe goed die verbinding was. Ik sprak de hele dag Engels en vooral toen Marieke ging rondreizen en ik een paar weken alleen in het kinderhuis was, bleek het Engels soms makkelijker dan mijn eigen moedertaal. Ik droomde zelfs in het Engels. Ik voelde me afgesneden van alles in Nederland en voelde me helemaal thuis in het Ghanese leventje.

Nu, op mijn zevenentwintigste, zit ik in Australië. Elke ochtend begin ik met het lezen van mijn mail en het checken van Facebook. Eens in de week bel ik met mijn ouders via Skype, waarbij we lange gesprekken hebben en elkaar kunnen zien. Als er dringende zaken zijn, stuur ik een smsje. Ik kijk veel Nederlandse cabaretfilmpjes via YouTube of documentaires via Tegenlicht of Uitzending Gemist. Elke dag kijk ik even op nu.nl of op de website van Nederlandse dagbladen, om op de hoogte te blijven van het Nederlandse nieuws (al word ik daar vaak niet heel vrolijk van). Ik merk dat ik vrij veel moeite heb met het aangaan van discussies of het mezelf goed uiten in het Engels en ik droom nog in het Nederlands.

Globalisering zorgt ervoor dat ik moeite heb met het me volledig thuis voelen hier. Het onderhouden van zoveel verschillende lijntjes met Nederland is ontzettend makkelijk en voelt fijn, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat ik af en toe het idee heb tussen twee werelden te zweven: de wereld waarin mijn dagelijkse leventje zich nu bevindt en de wereld waarin de mensen zijn waar ik van hou, die ik waardeer als mijn vrienden en die ik af en toe best mis.

Wellicht was het zonder de verregaande globalisering makkelijker geweest om ergens anders heen te gaan, zonder de vele mogelijkheden om contact met het thuisfront te onderhouden. In die situaties zou ik dan wel nieuwe mensen móeten leren kennen en zou ik niet de kans hebben om oude vriendschappen te onderhouden via mail, Skype, chat of Facebook. Dan zou ik me daar ook niet druk om hoeven te maken. Af en toe een teken van leven middels een brief, meer niet. Dan zou ik ‘echt weg’ zijn, echt aan de andere kant van de wereld.

Maar ach… Als ik niet in deze grote global city had geleefd, had ik niet zoveel interessante mensen uit verschillende landen ontmoet, had ik hier misschien niet eens gezeten en had ik wellicht niet de kans gehad om goede vriendschappen met jullie te kunnen onderhouden.

The global city, eigenlijk helemaal zo slecht nog niet.

NB: Dit blogbericht is geschreven naar aanleiding van een chatgesprek met een lieve vriendin een tijdje geleden. Dankjewel voor je inspiratie!

Advertisements

3 thoughts on “The global city

  1. Hi Mariske
    thanx for your blog message. So to get you well-embedded there, downunder, I’m writing in some sort of English that you should pronounce the Australian way (I’d like to write it upside down, haha). Thank you for the bridge postcard! It indeed invoked memories from, say, ouch, 50 years ago. Have fun, live well, happy Easter, Willibrord

  2. Ah, PS nog een tipje: je blogberichten komen in de mail aan alsof het spam is. Afzender = welkom op mijn blog, onderwerp = welkom bij mijn blog. Was even puzzelen voordat ik doorhad dat-ie van jou komt. Wat is je e-mailadres eigenlijk? Nou ja, zo gaat het ook. Doei!

  3. Hallo Maris,
    Wij zijn maar wat blij met de verregaande globalisering. Ook al zit je nu wel een stukje verder dan 9 jaar geleden, het idee dat we nu elk moment van de dag contact met je kunnen hebben geeft rust. Wat een diversiteit aan globetrotters tref je daar, wauw. Je leert nu ook al chinees, maar vergeet het dialect niet: good goan (er is nu een nieuwe serie op RTV Oost: de Groote Markt 30 waarin twents gesproken wordt, maar ik geloof niet dat je dat daar kunt bekijken). Till next time
    dikke knuffel van pa en xxx van mij

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s